Plaxtherapie afwisselen met chelatie infusen

Belangrijk nieuws voor patiënten met vaatvernauwing is dat er door plaxtherapie naast de chelatietherapie een uitbreiding aan therapeutische mogelijkheden is gekomen. Het is met name voor patiënten met neiging tot hoger cholesterol (in heden of verleden) soms medisch aan te bevelen deze Plax infusen af wisselen (om en om) met chelatie infusen.

Het is bekend dat de vettige plaque in de vaatwand uit meerdere componenten bestaat. Bij chelatie richt de EDTA zich op de kalk en zware metalen in de plaques (die onder andere allerlei normale enzym processen “zwaar”verstoren). Er is ook een manier gevonden om ook een andere schadelijke component, het LDL-cholesterol uit de zogenoemde vettige plaques in de vaatwanden eveneens per molecuul weer via de bloedbaan tot oplossing te brengen.
Bij de plaxtherapie wordt dit relatief schadelijke cholesterol uit het bloed vervolgens weer door de lever opgenomen en dit wordt daarna via de galwegen weer uitgescheiden.
Het plaxinfuus bevat zogenaamde essentiële fosfolipiden, met name Phosphatidyl-choline. Dit nog relatief onbekende medicijn is voor artsen beschikbaar als zogenaamde magistrale bereiding voor toepassing in therapeutische infusen, via de Nederlandse apotheek.

Vaatvernauwing door plaque

Er zijn dus bij het Vaatgezondheid Centrum Nederland in Baarn dus twee therapieën tegen vaatvernauwing, die op indicatie eventueel afgewisseld kunnen worden, teneinde voor een bepaalde groep patiënten een beter eindresultaat te kunnen bereiken.
1) Bij aderverkalking ofwel plaque-vorming en daardoor veroorzaakte vaatvernauwing beoogt de chelatietherapie het calcium en de zware metalen uit de plaque in de vaatwand te verwijderen,
2) terwijl plaxtherapie alleen het LDL-cholesterol uit de plaque verwijdert.
Dit laatste gebeurt door vergroting van de capaciteit van het HDL-cholesterol (“goede”cholesterol) en zo wordt overtollig cholesterol van de vaatwand naar de lever getransporteerd. Er vindt dan een remming plaats van de schadelijke oxidatie van het LDH (“slechte” cholesterol) op de plaque-vorming.
Phosphatidyl-choline (werkzame stof van het Plax infuus) is ook normaal in elke menselijke lichaamscel aanwezig en bevindt zich onder andere in de wanden van alle lichaamscellen. Mede hierdoor treden er bij de plaxtherapie vrijwel geen bijwerkingen op.
Mits medisch correct toegediend is deze therapie daarom bijzonder veilig.
Meer informatie over de chelatie- en plax combinatietherapie vindt u in het boek “Uw gids voor chelatietherapie” van Dr. Defares.